De blog-serie Weg met die Gum! is gebaseerd op de presentatie van Margaret Sap tijdens het

Meester in Kunst seminar op 5 november 2019.

Weg met die gum!

Meer aandacht voor het creatieve proces in de klas bevordert de vorm van intelligentie die de toekomst nodig heeft.

***

DE MODEBRANCHE

  1. Inspiratie, oefening, creatieproces. En evaluatie.

Inspiratie

De modewereld haalt zijn inspiratie overal vandaan. De open, ontvangende houding van al wat is, bevindt zich in kleuren, vormen, materialen. Industrieel of natuurlijk. In zintuigen.

Echte aandacht hebben voor dat wat je ziet, hoort en voelt. Hier bewust tijd voor maken en indrukken laten bezinken is van wezenlijk belang om kwaliteit te leveren.

Reflectie en probeersels

Na de inspiratie fase is het tijd voor reflectie. Wat ga ik gebruiken? Wat wil ik vertellen? Wat heb ik gevoeld en welk verhaal wil ik delen? Welk materiaal daagt mij uit?

Dit vertalen we in kunstvakken naar de oproep: Denk na over je keuzes.

Men beweert wel dat denken funest is voor creativiteit en dat inzicht is deels begrijpelijk.

Toch is stilstaan en richting bepaling waardevol. Vóór de aanvang van het creatieproces nadenken over de rol van details is belangrijk. Welke vormen ga ik inzetten? Welk lijnenspel? Ook voor kinderen. Hoe maken we iets en waarom?

Bepaalt de lijn jou of bepaal jij de lijn? Bewust of onbewust?

Daarmee wordt intuïtief creëren een keuze.

Er wordt veel gekrast en geschetst, uitgewerkt en gesampled. Honderden schetsen liggen aan de basis van catwalk collecties. De productie van veel prototypes leiden tot een beter eindproduct dan één enkele kans het beste topstuk te creëren.

De simpele oneliner “Oefening baart kunst” is levensecht, ook in de mode-praktijk.

Hoe kan het dan toch dat we van kinderen verwachten dat ze eind groep 8 goed opgezette tekeningen kunnen maken? Er is zo weinig geoefend…

Het onzichtbare proces

De kracht van en het respect voor een kledingstuk zit dan ook niet altijd in het zichtbare eindresultaat op de catwalk. Althans niet voor de maker. Het applaus is niet alleen voor de jas of unieke jurk. Het applaus voor de ontwerper en zijn team is voor elk gestikt knoopje, elke zweetdruppen en nachtelijk uur dat in het proces zit. Voor de ontwerper voelt applaus als een warme douche, omdat er fouten zijn gemaakt, schetsen zijn verscheurd en langs die weg dromen zijn gerealiseerd.

Dit onzichtbare proces verdient m.i. veel meer aandacht. Ook op school.

Het cijfermatig beoordelen van tekeningen op scholen is triviaal.

Wat vertelt het kind zelf? Hoe lang heeft het kind eraan gewerkt (ongeacht het resultaat) . Een “slechte tekening” betekent niet automatisch dat het kind z’n best niet heeft gedaan.

Juist bij kunstvakken is het zo belangrijk dit te beseffen, omdat het kind iets van ‘zichzelf’, iets ‘intiems’ meegeeft in het kunstproduct, meer dan bij toepassing van vooraf bepaalde regels zoals bij rekenen en taal.

Heeft het kind vragen gesteld? Of kleur, beeldaspect of iets anders bijzonders gebruikt in z’n werk? Welke ontwikkeling heeft het doorgemaakt? Dit als kind zelf kunnen benoemen, heeft meer waarde dan welk cijfer ook. Het is iets wat ik bij al mijn tekenlessen bespreek en zelfs achterop het werk laat schrijven.

De wijze waarop op de basisschool en zeker ook in de onderbouw van de middelbare school meedogenloos onvoldoendes vallen voor vaardigheden die kinderen nooit zijn aangeleerd, gaat volledig voorbij aan de behoefte van kinderen intuïtief te creëren.

Het ontneemt kinderen en tieners een belangrijk stuk zelfvertrouwen in een periode van hun leven waarin de vorming van zelfvertrouwen juist zo belangrijk is. Juist kunstlessen zijn momenten waarop ze veel van hun persoonlijkheid kunnen vinden of juist kwijt kunnen.

Ja, het is belangrijk als leerkracht te kunnen benoemen wat het kind geleerd heeft tijdens het groeiproces. En dat begint met een lesplan en doel dat vooraf goed gecommuniceerd kan worden.

Reflectie en evaluatie

Focus op het eindproduct belemmert de creatieve geest en de leergierigheid.

 

Dat speelt in de klas regelmatig op: de eeuwige vraag naar bevestiging of iets wel of niet mooi of goed is, laat zien dat de focus verkeerd ligt.

 

Voor processen is tijd nodig, brainstorming en vooral zoals eerder genoemd: kwantiteit.

Veel tekenen, lijnen oefenen, aspecten herkennen, patronen maken. Laat de tekeningen bezinken in het kind zelf. Dan komt kwaliteit vanzelf.

 

Die kwaliteit is multi-definieerbaar. Eigenheid en uniciteit zijn kwaliteitsvormen. Daarnaast is er kwaliteit in kunstzinnige vaardigheden, zoals het toepassen van beeldaspecten als perspectief en waarde. Zelfs goede omgang met materiaal en de juiste toepassing ervan zijn belangrijke kwaliteiten in de creatieve ontwikkeling.

 

Een luisterend oor van de leerkracht – zonder suggestieve vragen – in een zelfreflectiegesprek met de leerling is noodzakelijk voordat de eind evaluatie plaatsvindt.

Tenminste: als het doel is het kind het plezier en de impact van beeldende vorming te laten ontdekken.

Evaluatie is belangrijk, zeker. Maar vul dit a.u.b. constructief in en op een later moment.

 

Waar is de GUM in dit verhaal? 

(on)veilig en onzichtbaar, iets proberen en snel weggooien.

Fouten zien als verkeerd. Bang om op te vallen. Aanpassingsgedrag.

Oordelen over degenen die wèl anders/minder/beter/origineler is.

= uitgummen.

 

Wèg met die gum

Doen wat niet eerder is gedaan. Het zijn de trendsetters en early adopters .

Originaliteit. Uitgaan van eigen kracht en verhaal.

Kritiek of vreemde blikken trotseren. Feedback ter harte nemen.

Van proberen kun je leren – mentaliteit.

Zelfreflectie. Creatie en oordeel loskoppelen.

= de gum heb je niet nodig.

Samengevat:

Inspiratie en fantasie voeden innovatie;

Zintuigen en originaliteit verdienen meer aandacht;

Proces en reflectie liggen in elkaars verlengde;

Evaluatie kan anders en mag best later plaatsvinden.

 

Klik hier door naar de volgende blog-post: Wèg met die gum – De rol als leerkracht

Pin It on Pinterest